Vanuit de kabeldoos leg je de kabels naar de stroompunten die je wilt aansluiten. Let op dat je genoeg kabel over hebt bij de aansluitpunten. Ga je een stroomkabel ondergronds aanleggen, dan moet je de kabel uit veiligheidsoverwegingen minimaal 60 centimeter onder de grond leggen. Gebruik hiervoor een lange smalle spade.
Kies je ervoor de kabel bovengronds te laten lopen? Leid de kabel dan strak en recht langs een muur. Dit lukt alleen als je deze door een elektrabuis laat lopen. Zet deze vast op de muur met zadels.
Tip van de vakman:
Ga je grondkabel ondergronds aanleggen en stuit je op een boomwortel? Hak die dan niet stuk. Graaf hem vrij en trek de kabel eronder door.