De gevel voegen doe je zo
Dit heb je nodig: borstel, voegmortel, spaarbord en voegspijkers.
Stap 1: maak de voegen in het metselwerk schoon. Verwijder vuil en stof met een droge borstel.
Stap 2: maak de voegmortel aan volgens de aanwijzingen op de verpakking. Als je er een bal van kunt kneden, heeft de voegmortel de juiste vochtigheid en stevigheid.
Stap 3: voeg eerst de horizontale voegen (lintvoegen). Dit doe je door de voegmortel op het spaarbord aan te brengen. Zet het bord net onder de voeg tegen de muur aan. Met de lange voegspijker druk je de voegmortel in de muur met strijkende bewegingen.
Stap 4: daarna voeg je de verticale voegen (stootvoegen). Dit doe je door bolletjes voegmortel met de hand in de voegen te drukken. Je kunt hierbij een korte voegspijker gebruiken. Borstel de muur met een zachte borstel na.
Stap 5: werk de voegen af op de manier die jij mooi vindt.
Stap 6: borstel de muur na met een droge borstel als de voegen zijn uitgehard.
Stap 7: benevel de voegen om ze sterker te maken en de kans op witte aanslag te verkleinen.
Tip: draag rubberen handschoenentijdens het voegen en maak het gereedschap na gebruik direct schoon.