Wat bedoelen we met de kleurbeleving van je verlichting?
Kleurbeleving is simpel gezegd hoe je een kleur waarneemt. Die beleving wordt beïnvloed door allerlei factoren: het tijdstip van de dag, hoeveel natuurlijk licht er binnenkomt, de afwerking van de muur, maar vooral: het soort kunstlicht in de ruimte. De kleurtemperatuur, lichtsterkte en kleurweergave-index (CRI) van je verlichting bepalen hoe warm of koel een kleur oogt en dus hoe jij een ruimte ervaart.
Een lichte grijsgroene muur in je woonkamer kan 's avonds een blauwzweem krijgen onder koel wit licht. En een okergele bank kan juist z’n warme gloed verliezen als het basislicht te fel of te kil is.
Daarom is het belangrijk om bij het kiezen van verlichting niet alleen te kijken naar het armatuur of het aantal lumen, maar vooral ook naar de combinatie van lichtkleur en kleurweergave. Alleen zo komen je muurverf, stoffen en meubels écht tot hun recht.
Verlichting en kleurbeleving: dit is waar je op moet letten
Om kleuren in je interieur goed tot hun recht te laten komen, zijn er twee technische eigenschappen van verlichting extra belangrijk:
1. Kleurtemperatuur (Kelvin)
De kleurtemperatuur geeft aan hoe warm of koel het licht is. Hoe lager het aantal Kelvin (K), hoe warmer het licht. – 2200K tot 2700K: warm wit licht (gezellig, sfeervol. Zeer geschikt voor een zithoek – 3000K tot 3500K: neutraal wit licht (natuurlijk. Zeer geschikt voor een keuken, een leeshoekje of een werkruimte)) – 4000K en hoger: koel wit licht (fris, helder. Bijzonder geschikt voor actieve ruimtes waar je wat er staat goed moet kunnen zien zoals in een berging of een bijkeuken.)