Glasvezelbehang of vliesbehang aanbrengen
Dit heb je nodig: rechte lat, duimstok, lange waterpas, potlood, vliesbehanglijm / glasweefsellijm, behangroller, behangspatel, droge doek, vochtige doek, behangliniaal, afbreekmes en een behangschaar.
Stap 1: zit er een raam in de wand? Begin dan met de eerste baan behang bij het raam. Bepaal anders waar je start met de eerste baan, zodat je op het einde goed uitkomt. Hiervoor is het belangrijk dat je een loodrechte startlijn aftekent op de wand. Doe dit met een rechte lat, een potlood en een lange waterpas.
Stap 2: smeer de wand met een behangroller in met kant-en-klare behanglijm. Zorg dat er voldoende lijm op de muur zit. Smeer baan voor baan en breed genoeg.
Stap 3: de eerste baan vlies- of glasvezelbehang kun je nu tegen de loodlijn plakken, direct vanaf de rol. Met een behangspatel en een droge doek zorg je ervoor dat het behang glad op de muur komt. Snijd het behang boven en onder passend met een behangliniaal en een afbreekmes door het met een behangspatel goed in de hoek te drukken. Veeg overtollige lijm meteen weg met een lichtvochtige doek.
Stap 4: nu kun je de volgende baan glasvezel- of vliesbehang naadloos plakken tegen de vorige baan glasvezelbehang of vliesbehang. Let bij het aanbrengen op een eventueel patroon in je behang. Dit moet natuurlijk mooi aansluiten.
Stap 5: is het tijd voor de laatste baan? Meet dan op hoeveel ruimte je nog over hebt op de wand. Knip de laatste baan behang met een behangschaar iets breder dan het stuk muur dat over is. Plak de strook daarna op de muur en snijd op maat met een afbreekmes.