Nooit meer de verkeerde boor: Zo herken je hout-, metaal- en steenboortjes

Wil je door een gevel heen boren? Dan kom je niet ver met een standaard houtboor. Door de verkeerde boor te kiezen beschadig je de boor en het oppervlak waar je een gat probeert te maken. Hoe kies je nou wel de juiste boor? Wat zijn de verschillen tussen bijvoorbeeld een houtboor, steenboor of metaalboor? Hubo legt het voor je uit.

Welke boor moet je kiezen?

Eigenlijk spreekt het voor zich; je gebruikt een houtboor om in hout te boren, een metaalboor om in metaal te boren en een steenboor om gaten in piepschuim te boren… grapje natuurlijk. Een steenboor is uiteraard voor steen. Maar wat zijn de verschillen tussen de soorten boren en hoe moet je de juiste boor kiezen? We zetten de verschillende boren even op een rij.

De houtboor:
Hout is relatief zacht materiaal dat snel splintert. Daarom heeft een houtboor een heel specifiek kenmerk: een vlijmscherp, klein puntje in het exacte midden. Dit noemen we de centreerpunt. Je herkent hem aan de kop van de boor. Zie je een scherp pinnetje in het midden uitsteken met twee scherpe snijranden aan de zijkant? Dan heb je een houtboor te pakken.

Waarom werkt dit zo? Met de centreerpunt prik je de boor heel nauwkeurig vast in het hout, precies op de plek waar je het gat wilt hebben. De boor verschuift hierdoor niet als je begint te draaien. De scherpe zijranden snijden het hout vervolgens netjes en strak weg zonder dat het hout vervaarlijk splintert.

De metaalboor:
Een metaalboor moet door keihard materiaal heen komen en heeft daarom een heel andere constructie. Deze boor heeft geen scherp puntje in het midden, maar een volledig gladde, schuin aflopende kop. Dit noemen we een conische kop. Deze kop loopt af in een scherpe hoek en heeft twee scherpe snijvlakken die in een spiraalvorm naar beneden lopen. Metaalboren zijn meestal helemaal metallic, goudkleurig, of donkergrijs/zwart van kleur Omdat de kop schuin afloopt, schraapt de boor het metaal als het ware weg in mooie, lange metalen krullen. Boor je in roestvrij staal? Gebruik dan een cobaltboor.

  • Hubo-klustip: Omdat een metaalboor geen centreerpunt heeft, glijdt hij gemakkelijk weg op glad metaal. Sla daarom eerst altijd een klein putje in het metaal met een centerpons en een hamer. Zo blijft je boor perfect op zijn plek zitten! Zorg er ook voor dat je niet op hoge toeren boort, anders verbrand de kop van je boortje door de hitte en dat is zonde!

De steenboor/betonboor:
Moet je een schilderij ophangen aan een bakstenen of betonnen muur? Dan heb je veel kracht nodig. Een steenboor snijdt of schrapt het materiaal niet weg, maar hakt het als het ware kapot. Hoe herken je hem? Kijk naar de top van de boor. Een steenboor heeft een soort stompe, hardmetalen 'vleugels' op de kop zitten. De kop is breder dan de rest van de boorstang en voelt absoluut niet scherp aan als je er met je vinger overheen gaat.

Je gebruikt een steen- of betonboor altijd in combinatie met de klopfunctie van je boormachine. De machine maakt een rammelende, voorwaartse beweging. De stompe vleugels op de boorkop hameren het steen of beton letterlijk tot gruis, waarna de spiraalvorm het stof netjes naar buiten voert.

Aan de slag met boren? Hubo helpt

Heb jij een klus op de planning staan waar je een boormachine voor nodig hebt? Nu weet je hoe je de juiste boor moet kiezen! Kom voordat je begint met je klus langs bij een Hubo bij jou in de buurt, wij helpen je aan het juiste materiaal en geven advies waar nodig. Tot snel bij Hubo!