Wanneer gebruik je bodemverbeteraar?
Je gebruikt een bodemverbeteraar meestal bij de aanleg van een nieuw gazon of moestuin. Ga je een nieuw gazon inzaaien of graszoden leggen? Of start je een gloednieuwe moestuin? Meng dan een flinke laag bodemverbeteraar door de bovenste 15 tot 20 centimeter van de grond. Dit zorgt ervoor dat jonge wortels direct hun weg kunnen vinden. Je kan ook bodemverbeteraar gebruiken bij zware kleigrond of los zand.
- Klei: Kleigrond wordt in de zomer een harde plaat en in de winter een natte boel. Bodemverbeteraar maakt de grond luchtiger.
- Zand: Zandgrond houdt water en voeding nauwelijks vast. Bodemverbeteraar werkt hier als een spons die alles vakkundig opvangt.
Heb je elk jaar dezelfde groenten op dezelfde plek in je moestuin staan? Dan raakt de grond uitgeput. Door elk voorjaar een laagje bodemverbeteraar (zoals compost of speciale moestuingrond) door de toplaag te werken, breng je het bodemleven weer op gang.
Bodemverbeteraar aan je gazon aanbrengen
Heeft jouw tuin wel een opfrisser nodig en wil je bodemverbeteraar aanbrengen? Dit is hoe je dat snel en simpel doet.
1: Schoonmaken
Verwijder eerst onkruid en grote stenen van het oppervlak.
2: Verdelen
Strooi een laag van ongeveer 3 tot 5 centimeter bodemverbeteraar gelijkmatig uit over de grond.
3: Inwerken
Gebruik een spade of een spitvork om de verbeteraar vakkundig door de bestaande grond te mengen. In de moestuin noemen we dit ook wel "onderwerken".
4: Egaliseren
Hark de grond netjes glad. Je bent nu klaar om te zaaien of te planten!