Spotjes plaatsen – stappenplan led spotjes monteren
Dit heb je nodig: inbouwspots, lasklemmen, stekkerdoos met snoer, dimmer, schroevendraaier, spanningzoeker, striptang, passer, rolmaat, gatenzaag en een boormachine.
-
Start met een lichtplan
Een goede voorbereiding is het halve werk. Start daarom met het maken van een lichtplan. Bedenk vooraf wat wattage, lichtkleur en lumen met de sfeer doen. Bepaal ook hoeveel verlichting je nodig hebt. Gaat het om enkele inbouwspots of moeten er meerdere inbouwspots in dezelfde ruimte geplaatst worden?
-
Bepaal de plek waar de spotjes moeten komen
Een heel belangrijke stap is het bepalen van de plaatsen waar de spotjes moeten komen. Zorg dat de spots minimaal 60 cm boven een voorwerp worden geplaatst en laat tussen de spots een ruimte van minimaal 30 cm. Welke afstand je maximaal kunt aanhouden hangt af van het vermogen van de spots. Dit kun je checken op de verpakking of gebruiksaanwijzing.
-
Bepaal de inbouwdiepte
Let goed op de inbouwdiepte. Veel led inbouwspots zijn geschikt voor bijvoorbeeld een verlaagd plafond in de badkamer of keuken. Toch moet er minimaal drie centimeter afstand zitten tussen het oorspronkelijke plafond en het verlaagde plafond. Want ondanks dat ledverlichting weinig warmte afgeeft, moet de vrijkomende warmte wel weg kunnen.
-
Elektriciteitsdraden met randaarde
Voor de veiligheid raden we aan gebruik te maken van elektriciteitsdraden met randaarde. Deze komen dan boven op het plafond te liggen.
-
Led driver en led dimmer
Veel ledlampen beschikken over een ingebouwde led driver (ook wel transformator genoemd). Dit is een voeding voor de ledverlichting. Beschikt de verlichting hier niet over? Dan moet je een aparte transformator aanschaffen. Wil je de led spotjes dimmen? Dan heb je ook nog een aparte led dimmer nodig. Maak dan wel gebruik van dimbare ledlampen.
-
Lasklemmen
Verbind de led inbouwspots op een eenvoudige manier met Wago lasklemmen. Per inbouwspot heb je twee lasklemmen nodig. Natuurlijk kun je ook voor de oude vertrouwde kroonsteentjes kiezen, maar dit vraagt wel wat meer werk.
-
De juiste stekker
Wil je de inbouwspots in serie of parallel gaan schakelen? Het voordeel van in serie is dat je van maar één stroomkring gebruikmaakt. Nadeel is dat wanneer één spotje kapot gaat, de andere spotjes ook niet meer werken. Om dit te voorkomen kun je altijd een brug inbouwen.
Parallel geschakelde spots blijven altijd werken, ook wanneer er één of meer kapot zijn. Het maakt gebruik van meerdere circuits naar de spanningsvoeding. Beide mogelijkheden hebben zo hun voor- en nadelen.
-
Wandcontactdoos aansluiten
Schakel de stroom uit. Neem een wandcontactdoos met een lichtpunt en plaats deze boven het verlaagde plafond.
-
Maak gaten in het plafond
Markeer de plaatsen waar de gaten in het plafond moeten komen. Houd hierbij een minimale afstand van 30 cm tussen de inbouwspots aan. Gebruik voor het maken van de gaten de juiste gatenboor.
-
Transformators plaatsen
Zijn de gaten geboord? Steek dan de transformator van de inbouwspots door het gat. Sluit vervolgens deze transformator op de wandcontactdoos aan. Trek vervolgens het aansluitsnoertje van de transformator door het gat naar buiten. Hierop sluit je vervolgens de inbouwspot aan.
Zijn de gaten geboord? Steek dan de transformator van de inbouwspots door het gat. Sluit vervolgens deze transformator op de wandcontactdoos aan. Trek vervolgens het aansluitsnoertje van de transformator door het gat naar buiten. Hierop sluit je vervolgens de inbouwspot aan.
-
Houders plaatsen
Zijn alle inbouwspots goed aangesloten? Dan kun je de houders voor de spots in de boorgaten plaatsen. Verbind de aansluitsnoer met de houders en klik de houders in de gaten op hun plek.