Metselwerk herstellen: zo doe je dat
Voor je begint met het repareren van het metselwerk is het belangrijk dat je de juiste voorbereidingen treft. Zorg dat te allen tijden je werkhandschoenen, werkschoenen en een veiligheidsbril draagt.
Dit heb je nodig: bakstenen, specie, steenbeitel, vuistje, emmer, troffel, harde borstel en een voegspijker
-
Hak de loszittende stenen weg
Hak alle stenen die los zitten of deels afgebroken zijn weg met een vuistje en een steenbeitel. Zorg ervoor dat je het gat niet breder maakt dan 75 cm. Doe je dit wel? Dan kan het gebeuren dat het bovenliggende metselwerk inzakt.
-
Hak het voegsel weg
Hak de rest van de voegen weg en borstel de stenen rondom het gat schoon.
-
Maak de stenen nat
Maak de stenen die rondom het gat liggen nat met bijvoorbeeld een plantenspuit. Leg de nieuwe stenen, waarmee je het gat gaat repareren, in een emmer met water. Hierdoor kunnen deze stenen voldoende vocht opnemen.
-
Plaats de nieuwe stenen
Maak de specie aan zoals staat aangegeven op de verpakking en breng vervolgens de eerste dot aan met de troffel. Plaats vervolgens de nieuwe stenen en zorg dat de dikte van de voegen overeenkomt met die van het huidige metselwerk.
-
Borstel de voegen uit
Wanneer het nieuwe voegwerk voor een groot deel opgedroogd is, veeg je de voegen uit met een harde borstel. Laat het metselwerk vervolgens helemaal drogen.
-
Voegen
Maak voegspecie aan en gebruik net zoveel water tot het een stevige, ‘aardevochtige’ massa wordt, waar je een bal van kunt vormen. Vul de voegen met een voegspijker en strijk de gerepareerde plek vervolgens na met een licht vochtige borstel.
-
Scheuren repareren
Heb je een aantal slechte voegen? Krab deze dan grondig uit met een krabber. Borstel de scheur én muur rondom goed schoon. Maak vervolgens voegspecie aan met water en meng dit weer tot een stevige, ‘aardevochtige’ massa. Vul de voegen met een voegspijker en strijk de gerepareerde plek hierna weer na met een licht vochtige borstel.